
Spreekbeurt over Convergence Culture door Henry Jenkins
februari 11, 2009In 2006 brengt Professor Henry Jenkins, directeur Comparative Media Studies Program aan de Massachusetts Institute of Technology (MIT), een publicatie naar buiten met daarin een nieuwe analyse over het samengaan van media. Deze publicatie Convergence Culture, where old and new media collide, 2006, wordt door vele geestverwanten maar ook critici gezien als een eye opener, de wijze waarop Jenkins het medialandschap schets waarin nieuwe media wordt gebruikt in combinatie met oude media. Er zijn drie concepten die in relatie tot elkaar staan: media convergence, participatory culture en collective intelligence.
Het eerste concept binnen de Convergence Culture is media convergence. Er wordt niet gesproken over de vervanging van het oude door het nieuwe maar over het samengaan en de samenwerking van platformen, nieuwe vormen van content en de actieve rol van de gebruiker. Jenkins zegt hier zelf het volgende over:
“By convergence, I mean the flow of content across multiple media platforms, the cooperation between multiple media industries, and the migratory behavior of media audiences who would go almost anywhere in search of the kinds of entertainment experiences they wanted. Convergence is a word that manages to describe technological, industrial, cultural, and social changes, depending on who’s speaking and what they think they are talking about. ”
De door hem beschreven verschuivingen in het medialandschap worden betitelt als media convergence. In dit onderzoek wordt de nadruk gelegd op wat dit betekent voor content binnen het medium televisie en de ontwikkeling van nieuwe televisieformats.
Participatory culture
De participerende kijker speelt een centrale rol in de theoretische benadering van Convergence Culture. Dit onderzoek zal het perspectief van de participerende kijker gebruiken om de vraag naar inspraak binnen mediacontent te verklaren.
Als er over het medium televisie wordt gesproken dan definieert de spreker twee partijen: de maker en de passieve kijker van televisiecontent die allebei hun eigen rol vervullen. In deze theorie wordt dat tegengesproken. Een betere definitie is: twee gebruikers van het medium televisie die met elkaar een relatie aangaan gebaseerd op nieuwe regels waarvan nog onduidelijk is hoe deze regels van toepassing zijn. Een kijker kan dus heel goed ook een maker zijn. Maar zo heeft niet elke gebruiker dezelfde macht binnen het medium. Zenders en adverteerders hebben vanuit corporate media een sterkere invloed dan individuele gebruikers of zelfs groepen gebruikers.
Participatory culture
Vertaald uit het Engels:
Een cultuur waarbinnen fans en andere gebruikers worden uitgenodigd om actief te participeren in de creatie en circulatie van nieuwe media content.
Zoals Jenkins in dit citaat hierboven uiteenzet, gaat het bij convergence juist om de ‘flow of content’ over meerdere platformen. In de case ‘Spoiling Survivor, The Anatomy of a Knowledge Community’ (zie ook dit artikel) geeft Jenkins een voorbeeld van de consequenties en de uitkomsten wanneer twee platvormen in de media elkaar beïnvloeden. In navolging van dit voorbeeld is er gekozen om de participerende kijker vanuit een social netwerk te benaderen in relatie tot het medium televisie.
Collective intelligence
Het derde concept is collective intelligence. Een term die Pierre Lévy heeft geïntroduceerd. Lévy is een professor aan de universiteit van Ottawa in Canada en tevens sparringpartner van Jenkins op het onderwerp Convergence Culture.
Lévy publiceerde in 1994 zijn boek Collective Intelligence en daarmee de term. Jenkins gebruikt deze term om de relatie van het individu tot én binnen een online community met haar kennis en expertise weer te geven en daarmee gewicht te geven aan andere invloedrijke gebruikers van media: zenders, adverteerders en corporate media. Zo ontstaat collective knowledge. Zo kunnen gebruikers van een online community veel kennis vergaren over een gedeelde interesse als bijvoorbeeld autosport. Standen worden bijgehouden, nieuwsartikelen worden geplaatst en er kan op fora worden gediscussieerd.
Collective Knowledge
Vertaald uit het Engels:
Volgens Lévy, de totale som van informatie individueel behorend bij leden van een knowledge community die kan worden opgeroepen als antwoord op een specifieke vraag. Zo’n knowledge community kan ontstaan uit het delen van en evalueren van kennis.